| Alle spelers kiezen een eigen kleurstift. Neem een blad met notenbalken, zonder maatstrepen. De eerste speler begint. Hij tekent een maatsoort en vult de maten aan. Hij moet noten en maatstrepen zetten. Dat mag zo veel of zo weinig zijn als de speler zelf verkiest. Hij geeft het blad door aan de volgende speler. Die vult aan. Hij moet iets schrijven. Maar het mag nooit fout zijn. Wie een fout schrijft, valt af. De uitdaging is om je het je partner zo moeilijk mogelijk te maken bij zijn beurt. Je kan ook met minpunten werken: alle spelers starten met 10 punten. Bij een foutje gaat er eentje af. |