| De spelers spelen met een pion en een teerling. Ze hebben een schrijfblad met een beginnoot. De speler gooit de dobbelsteen en zet zijn pion vooruit op het speelbord. Hij staat bijvoorbeeld op 'Terts'. Hij draait aan de Twisterschijf: rechts is naar omhoog, links is naar beneden (zoals op de piano). Hij noteert de juiste noot volgens de opdracht: een terts naar omhoog. Wie eerst het einde van het bordspel haalt (zoals het ganzenspel), wint. Wie een fout schrijft op zijn schrijfblad, begint opnieuw. |